Het Relaas

(oorspronkelijke tekst van Frederic Vercammen)

De beginjaren

Laat ons starten bij het begin. Bivakplaats Het Lijsternest werd in 1958 opgericht door bakker Vandersteegen uit Opoeteren. Het werd meteen een populaire kampplaats. Vooral de ligging tussen bomen en zandheuvels, ver weg van auto’s en buren, was een grote troef. Ook de familie Clijsters uit Bree ontdekte al snel dit idyllische plekje. “We gingen er jaarlijks op kamp met de hele familie”, vertelt Jacky Clijsters. “Toen de kampplaats in 1972 verkocht werd, leek dit het einde te worden. Daarom dat mijn nonkels Lode en Richard Clijsters met steun van de hele familie het jeugdverblijf opkochten, zodat alle activiteiten probleemloos konden verdergaan”. Al snel wordt de jonge Jacky door zijn nonkels ingeschakeld in de uitbating van het kamphuis en in 1983 neemt hij het volledige beheer over.

Veiligheid primeert

Eind jaren ‘80 wordt echter duidelijk dat het gebouw niet meer voldoet aan de hedendaagse eisen. Vooral de veiligheid laat te wensen over. De elektriciteit was levensgevaarlijk, er was al eens iemand door het dak gevallen, de betonnen platen in de muren kwamen op sommige plaatsen los enz. Er is echter één groot probleem: het gebouw ligt in een groene zone en je kan dus niet zomaar beginnen verbouwen. Volgens de officiële versie kunnen de noodzakelijke aanpassingen niet uitgevoerd worden, maar mondeling wordt de boodschap gegeven: “doe maar, veiligheid is immers ook belangrijk en we gedogen het wel”. Jacky’s echtgenote, Marleen Jannis, vertelt: “De tijden waren heel anders toen. Je kreeg een vals gevoel van veiligheid, omdat niemand graten zag in de aanpassingen die we wilden doen. De provincie promootte  de vernieuwing van de kampplaatsen, de bank maakte de lening in orde, de stad Maaseik reikte een nieuw uitbatersattest uit enz.”

In 1991 werd dan ook gestart met de verbouwing. Aan de indeling van het gebouw werd niets veranderd, wel werden de betonnen platen in de muren vervangen door snelbouwstenen, werd het dak vernieuwd en het sanitair gemoderniseerd.

Het vonnis

Tijdens de werken werd echter een anonieme klacht neergelegd. Deze leidde tot een proces-verbaal. Het werd het begin van een juridische lijdensweg die in 2006 werd beslecht met een definitief vonnis van het Hof van Beroep. Het verdict was keihard: het gebouw moet afgebroken worden en per dag dat dit niet gebeurd is, wordt een dwangsom van 62 euro opgelegd.

“Dit was een slag in ons gezicht”, weet Jacky. “We hebben deze kampplaats steeds met hart en ziel uitgebaat. De bouwovertreding hebben we uitgevoerd om de veiligheid van de kinderen te kunnen waarborgen. Daar kan toch niemand iets op tegen hebben? We kwamen hier elk weekend klussen uitvoeren, zodat het gebouw steeds in perfecte staat was. Geldgewin is nooit de motivatie geweest. De duizenden kinderen die hier de voorbije jaren kwamen ravotten, die kinderogen vol bewondering: daarvoor deden we het.” Marleen gaat verder: “Eigenlijk begrijpen we het ook allemaal niet goed. Deze kampplaats ligt hier al meer dan 50 jaar. Jeugdverblijfcentra in de dorpskern hebben vaak te maken met klachten van buren. Wij niet, want we liggen hier aan de rand van het bos, maar dat is dan blijkbaar ook niet goed voor de overheid. Men moet maar eens beslissen waar het nog mogelijk is om op kamp te gaan.”

“Nochtans is die ligging in het bos net de grote troef”, stelt Jacky. “Wij krijgen heel wat groepen uit de stad over de vloer, de laatste tijd vooral uit Brussel. Voor die kinderen is dat een ongelooflijke belevenis. Die gastjes zitten letterlijk de hele dag in het bos. Hier leren ze ook respect opbrengen voor de natuur. In augustus hadden we zelfs nog een groep uit Aarlen over de vloer. Ook zij waren ongelooflijk enthousiast. Ze vonden onze bossen heel anders dan die in de Ardennen. Vooral de zandheuvel vonden ze fantastisch.”

Het einde in zicht

Toch lijkt na 51 jaar een einde te komen aan dit alles. De wetenschap dat elke bijkomende dag 62 euro kost, begint na enkele jaren te zwaar door te wegen. “We hebben ettelijke deuren platgelopen met ons dossier. Aan sympathiebetuigingen geen gebrek, maar niemand heeft ons echt kunnen helpen. We zijn werkelijk van het kastje naar de muur gestuurd. Onze enige hoop was dat we nog uitstel krijgen van de rechter en dat de dwangsommen tijdelijk worden opgeschort. Daarvoor zouden we op papier moeten hebben dat de wetgeving mogelijks verandert in de nabije toekomst, maar zelfs daar slaagden we niet in.”

Het ruimtelijk structuurplan van de stad Maaseik bepaalt dat Het Lijsternest moest verhuizen. In principe zou de stad Maaseik via een aanpassing van het structuurplan en het opstellen van een uitvoeringsplan de zaak kunnen deblokkeren, maar dat kost natuurlijk tijd en middelen. Deze inspanning doet men blijkbaar niet voor een eenvoudig jeugdverblijf. Jacky: “Enkele jaren geleden hadden we nochtans nieuwe hoop toen de provincie Limburg en de stad Maaseik een pilootproject startten om de stedenbouwkundige problemen van de Maaseikse jeugdverblijfcenta op te lossen. Na een tijdje bleek ons probleem echter te complex en om het proces voor de anderen niet te vertragen, werden we uit het project gezet. Het is de andere Maaseikse centra gegund, hoor, maar ondertussen groeit ook bij hen de frustratie, want zoveel jaren later is ook voor hen nog niets concreet gerealiseerd.”

Het Maaseikse pilootproject botste inderdaad op Vlaamse en Europese regelgeving. Op Vlaams niveau is sinds 2007 wel een taskforce actief die overkoepelende maatregelen voor het behoud van de Vlaamse jeugdverblijfcentra zou moeten ontwikkelen, hopelijk kunnen de komende maanden langs die weg concrete acties worden gerealiseerd.

Omdat Het Lijsternest in natuurgebied ligt, is ook de Afdeling Natuur en Bos een belangrijke speler in het verhaal. Zij ondernemen echter niets en baseren zich hiervoor op reeds genomen beslissingen in diverse beleidsdocumenten.

De afbraak

“Eigenlijk had ik de boel al veel eerder moeten afbreken, maar ik kreeg het niet over mijn hart”, zegt Jacky. “Ik heb al nachten wakker gelegen, maar heb ik een andere keuze?  We weten natuurlijk dat we een bouwovertreding hebben begaan, maar dit zou toch op één of andere manier moeten kunnen rechtgezet worden? Zelfs herstellen in de oorspronkelijke staat zou geen soelaas brengen.”

Jacky is dan ook begonnen met de afbraak,  een afbraakfirma werd hiervoor gecontacteerd. “Ik zal wel zelf mee helpen met de afbraak”, vertelt Jacky. “Het Lijsternest is mijn levenswerk. Ik heb het eigenhandig opgebouwd tot wat het vandaag is. Als het dan toch moet afgebroken worden, wil ik dit ook zelf doen. Het is mijn manier om emotioneel afscheid te kunnen nemen.”

De stopzetting van Het Lijsternest is een echt verlies voor het Vlaamse jeugdtoerisme. Met een wrange nasmaak bovendien, want men kan zich afvragen of het wel op die manier had moeten lopen. “Onze grootste angst”, besluit Marleen, “is dat we een maand na de afbraak zouden te horen krijgen dat er toch een oplossing mogelijk was geweest. Dat zou enorm frustrerend zijn, maar je kan natuurlijk niet blijven wachten.”

Het doek valt.

29 november 2009. Zonder enig uitzicht op een oplossing werd Het Lijsternest tegen de grond gegooid. Op enkele dagen werd afgebroken waar meer dan een halve eeuw aan werd “gebouwd”. De stedenbouwkundige diensten eisen 63.000 euro aan dwangsommen.
De grond (1,2 ha) werd in beslag genomen en openbaar verkocht voor 5.000 euro. De kosten voor deze verkoop bedroegen 5.800 euro…

Hiermee werd Het Lijsternest levend begraven …

 Jacky en Marleen zijn nooit meer opnieuw begonnen met een kampplaats voor de jeugd.